Lotgenotencontact voor seksueel, psychisch en/of fysiek misbruikte personen
 
IndexIndex  PortaalPortaal  KalenderKalender  FAQFAQ  ZoekenZoeken  Inloggen  RegistrerenRegistreren  
| >> Per 1 Oktober is de Dinsdagavond chat verplaatst naar Woensdagavond zelfde tijd ! << |
Nederland Heelt
  • FB tijdlijn + Evenementen
  • Belangrijk
  • Mededelingen
  • Agenda
  • Blogs
  • Tweets
  • Leden in het nieuws
    In het kader van het nieuwe vooronderzoek naar mishandeling van kinderen in tehuizen en pleegzorg door commissie Micha de Winter hebben wij een playlist gemaakt van videos waarop leden interviews geven over misbruik en mishandeling, deze zijn nog steeds actueel en kunnen als steunbewijs dienen voor anderen! Klik op de foto om de playlist te openen.


    Bekijk HIER alle berichten in deze categorie
  • Webcam Opname

    Webcam Recorder

    HTML5 Cam Recorder

    Audio Recorder

    Om jezelf op te nemen terwijl je praat of zingt, kun je één van de bovenstaande online recorders gebruiken die gebruikt maakt van je webcam of microfoon! Ze openen in een popup window, je kunt het venster kleiner/groter maken en het positioneren waar je maar wilt ! Elke opname kun je achteraf downloaden!

Meest bekeken onderwerpen
beste muziek aller tijden
Van Harte Gefeliciteerd Met Je Verjaardag Trijntje !!
Oproep: Kinderdorp Neerbosch - Nijmegen 1945-1985
Psychische mishandeling en emotionele verwaarlozing van kinderen
Narcisme in een relatie: ‘Ik kan me nog steeds niet voorstellen dat hij hiertoe in staat was’
Algemene Voorwaarden
Oproep: Observatiehuis, Lijsterbesstraat 61, Den Haag (1966-1967)
Beste muziek aller tijden (2)
Je nergens bij horen voelen en trauma
Item over Misbruik op Kinderdorp Neerbosch van Popeye
Zoeken
 
 

Geef resultaten weer als:
 

 


Rechercher Geavanceerd zoeken
ReagerenDeel | .
 

 Voordracht Wim Slot

Vorige onderwerp Volgende onderwerp Go down 
AuteurBericht
Admin
avatar
Admin


Vrouw
Registratiedatum : 20-07-13
Reputatie : 1884
Aantal berichten : 2090
Punten : 12294

#1BerichtOnderwerp: Voordracht Wim Slot   ma 22 jul 2013, 17:04

De onderzoeken van de commissie Samson laten zien dat seksueel misbruik in de jeugdzorg zich in het verborgene afspeelde. De archieven hebben weinig prijsgegeven en medewerkers in de jeugdzorg verklaren achteraf ‘dat ze het niet gezien hebben’. Dat neemt niet weg dat velen wel hebben geweten dat misbruik plaatsvond. 
Vandaag ga ik in op de vraag hoe het kan gebeuren (let op de tegenwoordige tijd) dat jongeren onderling tot misbruik overgaan en opvoeders tot daders worden. Er zijn geen pasklare antwoorden op die vraag, maar misschien kunnen we ons voordeel doen met kennis en aanwijzingen uit de praktijk en de literatuur.
Hoewel het zeker niet uit te sluiten valt dat er mensen zijn die doelbewust kiezen voor een baan in de jeugdzorg om tot misbruik over te kunnen gaan, denk ik niet dat de plegers vanwege dit soort beweegredenen de jeugdzorg opgezocht hebben. En evenmin zal het vaak voorkomen dat mensen zich als pleegouder melden met onfrisse motieven. Vaak ontstaat misbruik geleidelijk, worden stapsgewijs grenzen overschreden en falen corrigerende mechanismen omdat deze problematiek zich in het onbesprokene afspeelt.

In het rapport van de commissie Samson wordt gesignaleerd dat veel misbruik in tehuizen tussen jongeren onderling plaatsvindt. De schatting is 50%. Maar we kunnen natuurlijk onmogelijk de schuld voor dit misbruik exclusief bij de jeugdigen zelf leggen. Kenmerken van de jongeren die de kans op misbruik vergroten zijn immers vaak de reden geweest tot plaatsing. En dat heb ik het over vroegeervaringen met problematische seksualiteit, een geringe impulscontrole en een gebrekkige weerbaarheid. De hulpverlener kan dit van te voren weten en heeft de plicht juist op deze punten hulp te bieden. De hulpverlener kan weten dat jongeren die als kind misbruikt zijn een grotere kans hebben om in de puberteit en adolescentie opnieuw met misbruik in aanraking te komen, hetzij als dader hetzij als slachtoffer. Het is zelfs zo dat de lichamelijke rijping en de geslachtsrijpheid bij pubermeisjes vervroegd kan intreden als zij als kind misbruikt zijn. En we weten ook dat die vroegrijpheid op zichzelf weer een risico vormt. Onder andere het risico om een verkeerde partner te kiezen. En op die manier ontstaan er condities die weer een risico zijn voor de volgende generatie. Deze mechanismen zijn bekend en daarom zou je mogen verwachten dat hulpverleners en begeleiders toegerust zijn met professionaliteit om deze meisjes en jongens te beschermen en te begeleiden. De commissie Samson stelt echter dat het aan die professionaliteit ontbreekt.
Als ik na ga hoe er doorgaans wordt gereageerd op verhalen over tehuisjongeren die seks met elkaar hebben kan ik me niet aan de indruk onttrekken dat men het er een beetje bij vindt horen. 
Onderzoekers die in opdracht van de commissie Samson werkten hoorden vaak: “we hebben het niet gezien.” Voor een deel is dat ongetwijfeld waar, zeker als opvoeders zoals groepsleiders en pleegouders de fout ingingen. Maar dat tehuisjongeren het onderling met elkaar doen en dat daarbij dingen gebeuren die jeugdigen ernstig kunnen schaden is altijd bekend geweest. Naar mijn weten is er in Nederland nooit serieus onderzoek gedaan naar de invloed van de sfeer, het klimaat en de onderlinge bejegening waar het seksualiteit betreft. Maar in relatie tot criminaliteit van jongeren zijn deze mechanismen uitvoerig onderzocht. De Amerikanen Poulin en Dishion toonden aan dat het bij elkaar brengen in leefgroepen van delinquente jongeren tot een toename van delinquentie leidt. Dit verschijnsel staat sindsdien bekend als ‘deviancy training’. Maar terwijl er veel aandacht is voor factoren die criminaliteit bevorderen is er nauwelijks gekeken naar de mechanismen die seksuele deviantie bevorderen. Je zou kunnen denken dat dit voortkomt uit een kosten-baten analyse: 
criminaliteit kost de samenleving meer dan de seksuele problematiek. Maar dat is wel heel oppervlakkig gedacht: ik schetste u net hoe misbruik en mishandeling van de ene generatie naar de volgende over kan gaan. Niemand heeft daar ooit de kosten van berekend, maar deze zullen aanzienlijk zijn, niet alleen in euro’s maar ook in termen van leed en verdriet.
Ik kan me niet aan indruk onttrekken dat men zich niet zo druk heeft gemaakt om het onderlinge misbruik vanuit het idee dat de meeste jeugdbeschermingsjongeren uit lagere milieus kwamen waar – zo dacht men - de normen sowieso wat minder strikt waren. En als het wel een probleem werd gevonden werd het niet zelden gezien als een uiting van een ziekelijke stoornis. 
De Samson-deelstudie naar de aard en omvang van seksueel misbruik in tehuizen, laat zien dat er tussen 1945 en 1965 meer aandacht was voor seksueel misbruik dan in de jaren die erop volgden. 
Let wel: het gaat om aandacht in de dossiers. We weten niet of er op de werkvloer aandacht was.
Tegelijkertijd concluderen de onderzoekers dat men in tehuizen niet goed wist hoe ze met dit probleem moesten omgaan. Op meerdere plekken in het rapport Samson komt deze handelingsverlegenheid aan bod.
Mijn stelling is dat die handelingsverlegenheid begint met het ontbreken van taal. Er zijn geen woorden voor. Doordat we geen taal hebben om misbruik te benoemen, merken niet wat er tussen jongeren gebeurt, en signaleren we niet dat een collega-hulpverlener zich op het hellend vlak begeeft. Sterker het gebrek aan taal maakt ook dat deze collega’s zelf niet of te laat onder ogen zien dat ze te ver gaan.
Waarom ontbreekt het groepsleiders en pleegouders aan taal? Ouders en opvoeders praten sowieso niet zo makkelijk met hun kinderen over seksuele ervaringen. Als kinderen erachter komen dat ze homo zijn bijvoorbeeld, zijn de ouders vrijwel nooit de eersten die ingelicht worden. In leefgroepen en pleeggezinnen komt er nog iets bij: veel van de kinderen hebben nare ervaringen opgedaan op seksueel gebied en de groepsleider of de pleegouder wil graag uitstralen dat de komst in de groep of het pleeggezin een nieuwe start betekent. Dus niet teveel omkijken. En hier ligt een lastig probleem. 
Aan de ene kant wil je vanuit een positieve en oplossingsgerichte houding samen met de jeugdige naar diens toekomst kijken en aan de andere kant weet je dat de jeugdigen in de jeugdzorg en de kinderbescherming objectief gesproken, veel meer risico lopen slachtoffer te worden van mishandeling, misbruik en andere narigheid. De jeugdigen moeten leren omgaan met die risico’s en dat betekent dat hulpverleners kennis over die risico’s moeten hebben en erover kunnen praten. De jeugdigen zitten daar lang niet altijd niet op te wachten. Ze willen niets liever dan afrekenen met spoken uit het verleden en het idee uitstralen dat seks leuk is en dat ze alles onder controle hebben op dat gebied. Het vereist veel vakkennis om wel de risico’s aan de orde te stellen en daarbij toch een positieve, motiverende en toekomstgerichte toon te treffen. Die vakkennis is nu onvoldoende ontwikkeld. 
Naar mijn idee moeten in die vakkennis twee lijnen voorkomen: autonomie en klimaat. Autonomie is een goed begrip om risico’s aan de orde te stellen. Ik herinner me een meisje in een leefgroep dat met een peperdure leren broek kwam aanzetten. Had ze van een vriendje gekregen. Dat vriendje was acht jaar ouder, reed in dure auto’s terwijl het onduidelijk was waar zijn geld vandaan kwam.
Groepsgenootjes daagden het meisje uit door te roepen dat ze voor die broek natuurlijk wel op haar rug had gemoeten. Een suggestie die het meisje met een air van ‘alles onder controle’ afwimpelde. 
De groepsleiding zat ermee hoe ze hierover met het meisje zouden praten. Van de opgeheven vinger en waarschuwende woorden over loverboys verwachtten ze niet veel heil. Uiteindelijk spraken ze het meisje aan op haar autonomie. Hoe bewaar je je onafhankelijkheid en hoe zorg je ervoor dat je niet in een positie terecht komt waarin je dingen moet doen die je eigenlijk niet wilt? Over autonomie praat je makkelijker dan over seks. Als het meisje stelt dat ze alles onder controle heeft kun je haar vragen waaraan ze dat merkt. En waar voor haar de grenzen liggen. 
Autonomie nodigt ook uit om over verbondenheid te praten. Veel jongens en meisjes in de jeugdzorg heeft het aan liefde en verbondenheid ontbroken en ze nemen niet zelden grote risico’s om hun schade in te halen. Een van die risico’s is het idee dat alles beter wordt als jijzelf aan een ander de liefde kunt geven die je zelf gemist hebt. Aan je eigen kind bijvoorbeeld. Veel meisjes in de jeugdbescherming zijn heel vroeg moeder. Wist u dat 50% van de meisjes die een justitiële jeugdinrichting hebben gezeten op haar 21e moeder is? En dat in de doorsneebevolking pas op 32-jarige leeftijd de helft van de vrouwen moeder is? Deze meisjes zijn bereid hun autonomie in te 3 leveren omdat ze niet weten dat autonomie en verbondenheid naast elkaar kunnen voorkomen en niet elkaars tegendeel zijn.
Het voorbeeld van het meisje maakt ook duidelijk dat er vakkennis nodig is om het klimaat te beïnvloeden. Als de groepsleiding de suggesties van de groepsgenootjes over wat het meisje moest doen om die broek te krijgen en de veel betekende blikken laat passeren, is er sprake van deviancy training. Ongezonde beelden van seks worden de norm. De groepsleiding moet inbreken in het gesprek en daarbij niet de seks benadrukken maar de vraag hoe je het aannemen van dure cadeaus en het meegaan in spannende gebeurtenissen kunt combineren met het vasthouden aan je eigen koers. 
Met mijn suggestie om autonomie als uitgangspunt te nemen heb ik misschien de indruk gewekt dat dit vooral in individuele gesprekken zou moeten plaatsvinden. Maar dat bedoel ik niet. Het gesprek moet de groep in. Daarom is het klimaat zo belangrijk. Er moet over seksualiteit, risico’s, autonomie, verbondenheid en liefde openlijk gesproken worden. Dat is ook zo belangrijk voor misbruikte meisjes en jongens die niet hun mond opendoen. In een klimaat waar nooit over seks en risico’s wordt zullen deze jeugdigen een grote eenzaamheid ervaren. Ze denken dat ze de enigen zijn die dit is overkomen, met alle psychisch-ziekmakende gevolgen van dien. Wist u dat bij misbruikte jongens geslaagde suïcide vaker voorkomt dan bij meisjes?
Er is nog een reden waarom het klimaat zo belangrijk is en nu kom ik op de opvoeders als daders.
Vandaag wil ik focussen op de hulpverlener die stapsgewijs tot dader wordt. In het Samson rapport wordt kort ingegaan op mogelijke mechanismen die hier spelen. Zo is er de groepsleider die een zwak opvat voor een jongere, bijvoorbeeld omdat hij iets van zichzelf in de jongere herkent, of omdat hij de jongere wil helpen bijvoorbeeld omdat die gepest wordt. Het is niet ongewoon als een jongere daar emotioneel en aanhankelijk op reageert. We noemen dat transactionele relaties: de opvoeder beïnvloedt het kind en het kind beïnvloedt de opvoeder. Men kan dit proces ook zien in termen van overdracht en tegenoverdracht: de patiënt projecteert zijn behoefte aan liefde of zijn woede op de therapeut terwijl de therapeut in de jeugdige patiënt zichzelf als jongere terugziet en navenant gaat handelen. Het wordt riskant als de groepsleider gaat denken dat hij of zij wel iets heel bijzonders heeft met de jeugdige, iets wat de buitenwereld waarschijnlijk niet zal begrijpen. In zo’n situatie vallen correctiemechanismen weg en het feit dat de jeugdige positief op de aandacht en later het fysieke contact reageert sterkt de groepsleider in het idee dat ze samen op één lijn zitten. Dat is een kapitale denkfout. Het is meestal niet zo dat de jeugdige alles wat hem of haar gebeurt aangenaam vindt. De reactie van de jeugdige komt doorgaans voort uit een trieste winst- en verliesrekening. De snippers genegenheid die de jeugdige ten deel vallen wegen op tegen de aantasting van de integriteit. Er ontstaan rolomdraaiingen: jeugdigen die medelijden krijgen met de dader en hem de hand boven het hoofd houden. En als de dader met dreigementen komt gaat angst de boventoon voeren. Angst niet geloofd te worden of gestraft te worden. Of een meer existentiële angst voor de leegte die ontstaat als de enige persoon op de wereld die iets van genegenheid heeft laten zien, zich tegen jou als rotkind keert. 
Deze beschrijving heeft een zwart – wit karakter. De groepsleider is de dader en de jeugdige het slachtoffer. Formeel en juridisch moet dit zwart – wit beeld ook het uitgangspunt zijn. Het gaat niet aan om misbruikte kinderen tot dader te bestempelen en de groepsleider tot slachtoffer. Maar kinderen die langere tijd in tehuizen hebben gewoond of in meerdere pleegezinnen – vergeet niet dat bijna de helft van d pleeggezinplaatsingen voortijdig afbreken – hebben soms ervaring opgedaan met het proces dat ik net beschreef. Ze zijn sensitief geworden voor groepsleiders of pleegouders die op riskante wijze vatbaar zijn voor tegenoverdracht en maken daar soms gebruik van. Sommige daders zeggen achteraf dat ze gemanipuleerd waren door de jeugdige. Alweer een kapitale denkfout. 
Maar de invloed van de jeugdige op de gevoelens en het handelen van de groepsleider kan gecompliceerde vormen aannemen. Kennis en openheid over deze mechanismen is broodnodig.
Dan kom ik nu op het pleeggezin. De commissie Samson concludeert dat het misbruik in pleeggezinnen niet vaker voorkomt dan in ‘gewone’ gezinnen. Ik weet niet of we dit als een 4 geruststelling moeten opvatten. Het deelonderzoek 7 van de commissie Samson laat zien dat het heel moeilijk is om achter de deur van pleeggezinnen te kijken. Het onderzoek maakt weliswaar indruk door de gedegen literatuurstudie en de analyse van het probleem, maar cijfermatig is het onderzoek beperkt.
Vrijwel alles wat hierboven over de leefgroep is gezegd geldt in principe ook voor het pleeggezin met dien verstande dat de gesignaleerde processen in het pleeggezin vaak nog complexer zijn. Er is één uitzondering: deviancy training lijkt een minder groot probleem omdat het niet meer gebruikelijk is dat pleegouders grote hoeveelheden kinderen opnemen, en als het al gebeurt is de leeftijd zelden horizontaal hetgeen blokvorming en onderlinge beïnvloeding minder waarschijnlijk maakt. Waarom zijn de eerder genoemde processen in pleeggezinnen complexer? 
Als het gaat om misbruik tussen kinderen onderling, gaat het in een pleeggezin om misbruik waar de eigen kinderen als dader of als slachtoffer bij betrokken zijn. Er is niet veel fantasie nodig om te bedenken hoe dramatisch en ingewikkeld dit voor de pleegouders kan zijn. In vrijwel alle gevallen is het pleegkind de verliezer. Als dader –dat lijkt voor de hand te liggen - maar ook als slachtoffer. De dynamiek in het pleeggezin gaat overhoop als een van de eigen kinderen dader blijkt te zijn en de meeste pleegouders zullen niet in staat zijn snel het evenwicht terug te vinden en het pleegkind veiligheid te bieden.
En dan de situatie waarin een van de pleegouders tot dader wordt. Daar spelen vergelijkbare mechanismen als op de leefgroep maar er komt wat bij. Als een van de pleegouders het idee krijgt dat hij of zij een betere klik met het kind heeft dan de partner kan er spanning in de ouderlijke relatie ontstaan. Als de pleegouders daar niet goed over kunnen communiceren kan dat ertoe leiden dat de eerstgenoemde ouder zich niet begrepen voelt en de toenadering tot het kind vergroot. Als het kind met genegenheid op die aandacht reageert zal dit de ouderlijke relatie nog verder onder spanning zetten. Zo kunnen vicieuze cirkels ontstaan. Er is geen incest taboe en de gelegenheden en plekken waar de ouder alleen kan zijn met het kind zijn talrijk. 
En ook hier is het pleegkind de grootste verliezer. Het moet dramatisch en wellicht ook traumatisch zijn om misbruik te ervaren in het pleeggezin dat je als veilige haven had beschouwd.
Ik denk niet dat ik tot nu toe iets nieuws heb gezegd. Alles wat ik heb gezegd is wel bekend. Maar er wordt niet of te weinig over gepraat. Er wordt zeker niet over gepraat in een taal die ook voor jeugdigen begrijpelijk is. Tijdens de training, de voorbereiding en de begeleiding van groepsleiders wordt er onvoldoende over gesproken. Van pleegouders hoor je heel vaak hoezeer ze het gevoel hebben er alleen voor te staan. En als bureau jeugdzorg en de pleegouders niet op één lijn zitten waar het de toekomst van het pleegkind betreft ga je als pleegouder niet uitgebreid praten over je onzekerheden.
Ik pleit ervoor om te proberen en de processen die ik beschreef in gewoon Nederlands te benoemen. Autonomie en klimaat zijn ook belangrijke begrippen om de situaties te leren zien waarin opvoeders het moeilijk hebben en in de fout dreigen te gaan. Er moet in de groep niet alleen gesproken worden over de autonomie en verbondenheid bij de jongens en meisjes onderling. 
De leiding, de pleegouders moeten ook duidelijk kunnen communiceren over hun eigen handelen. 
Waarom doe je bepaalde gingen niet als groepsleider – bijvoorbeeld het te close aanhalen van jongeren? En wat is dan te close? Jongeren hebben daar zelf ook een mening over. Daarom moet dat gesprek in gewoon Nederlands, in de groep of het gezin tijdens het leven van alledag en liever niet onder vier ogen. En de grootste opgave: het wel benoemen van de risico’s maar met uitzicht op oplossingen en gezonde keuzes. De taal die hiervoor nodig is moeten we nog leren spreken. Maar die taal is heel hard nodig, ook om de slachtoffers woorden te geven.
Bijlagen
VoordrachtWimSlot_2.pdf
Download Voordracht Wim Slot
Je hebt geen toestemming om bijlagen te downloaden.
(282 KB) Gedownload 0 keer




                       *** Tonny Kamper ***
Terug naar boven Go down
http://www.nederlandheelt.nl/
 
Voordracht Wim Slot
Vorige onderwerp Volgende onderwerp Terug naar boven 
Pagina 1 van 1

Permissies van dit forum:Je mag reacties plaatsen in dit subforum
Nederland Heelt :: ARCHIEF - OPENBAAR :: Commissie Samson-
Reageren