Lotgenotencontact voor seksueel, psychisch en/of fysiek misbruikte personen
 
IndexIndex  PortaalPortaal  KalenderKalender  FAQFAQ  ZoekenZoeken  Inloggen  RegistrerenRegistreren  
| >> Per 1 Oktober is de Dinsdagavond chat verplaatst naar Woensdagavond zelfde tijd ! << |
Nederland Heelt
  • FB tijdlijn + Evenementen
  • Belangrijk
  • Mededelingen
  • Agenda
  • Blogs
  • Tweets
  • Leden in het nieuws
    In het kader van het nieuwe vooronderzoek naar mishandeling van kinderen in tehuizen en pleegzorg door commissie Micha de Winter hebben wij een playlist gemaakt van videos waarop leden interviews geven over misbruik en mishandeling, deze zijn nog steeds actueel en kunnen als steunbewijs dienen voor anderen! Klik op de foto om de playlist te openen.


    Bekijk HIER alle berichten in deze categorie
  • Webcam Opname

    Webcam Recorder

    HTML5 Cam Recorder

    Audio Recorder

    Om jezelf op te nemen terwijl je praat of zingt, kun je één van de bovenstaande online recorders gebruiken die gebruikt maakt van je webcam of microfoon! Ze openen in een popup window, je kunt het venster kleiner/groter maken en het positioneren waar je maar wilt ! Elke opname kun je achteraf downloaden!

Meest bekeken onderwerpen
beste muziek aller tijden
Van Harte Gefeliciteerd Met Je Verjaardag Trijntje !!
Oproep: Kinderdorp Neerbosch - Nijmegen 1945-1985
Psychische mishandeling en emotionele verwaarlozing van kinderen
Narcisme in een relatie: ‘Ik kan me nog steeds niet voorstellen dat hij hiertoe in staat was’
Algemene Voorwaarden
Oproep: Observatiehuis, Lijsterbesstraat 61, Den Haag (1966-1967)
Je nergens bij horen voelen en trauma
Beste muziek aller tijden (2)
Item over Misbruik op Kinderdorp Neerbosch van Popeye
Zoeken
 
 

Geef resultaten weer als:
 

 


Rechercher Geavanceerd zoeken
ReagerenDeel | .
 

 Het licht was nog duister - Getuigenis Fepijn Doorn over Dissociatie en sadistisch misbruik

Vorige onderwerp Volgende onderwerp Go down 
AuteurBericht
Admin
avatar
Admin


Vrouw
Registratiedatum : 20-07-13
Reputatie : 1888
Aantal berichten : 2095
Punten : 12307

#1BerichtOnderwerp: Het licht was nog duister - Getuigenis Fepijn Doorn over Dissociatie en sadistisch misbruik   do 31 maa 2016, 18:33

Het licht was nog duister



Inleiding tot dit  verhaal

Waarschuwing vooraf: dit verhaal gaat over verschrikkelijke dingen;  dit is een verhaal wat voor mensen met trauma’s  misschien erg  kan triggeren.

Dit verhaal gaat over dissociatie. Dissociatie is iets wat gebeurd zonder dat je het meestal  merkt en in dit verhaal  wil ik  laten zien hoe zoiets gaat, hoe tegenstrijdige ‘ikzelven‘ (ook :’alters’ ) het elkaar lastig maken, elkaar wegduwen en elkaar niet willen en kunnen en soms zelfs niet eens mogen begrijpen. Erdoor besta jezelf eigenlijk nooit echt en weet je ook niet echt wie je nou zelf  bent. Erger nog is, dat hierdoor meestal niks meer klopt, niet van hoe je leeft, wat je doet,  hoe je omgeving eruit ziet, waar je woont, enzovoort. Vaak wil je ook steeds weer andere dingen, zonder te weten waarom. Ook gebeuren er dingen die je niet wilt of juist  wel wilt tegelijk (tegen jezelf bv. ) en je kunt heel erg  last hebben van indrukken en beelden overal, die op dat moment in ‘andere ikzelven‘ binnenkomen, waardoor je leven op dat moment waardeloos voelt en identiteitsloos.

De motivatie  om dit verhaal te schrijven  en te willen delen is, dat het voor velen in de samenleving heel moeilijk of zelfs helemaal niet is voor te stellen hoe enorm zwaar het is, om dagelijks, levenslang  met zoveel ingewikkelde –  veelal  ook zeer tegenstrijdige – zaken  vanuit allerlei leeftijden als kind  in je hoofd  te moeten zien verder te leven. Alle dagelijkse zaken  in het ‘heden’ komen hier altijd weer bovenop, als je al aan het ‘heden’ toekomt. Als kind moest je al oplossingen bedenken voor  hele ingewikkelde zaken, omdat toen niemand ooit met je heeft gesproken over wat is gebeurd of überhaupt ook maar naar je omkeek;  er mocht dus zogenaamd niks aan de hand zijn, want anders werd alles alleen maar erger gemaakt door degenen die voor je ‘zorgden’, alles was toch ‘goed’?   De oplossingen die als kind  geheel onbewust moesten worden  gemaakt om te kunnen omgaan met alles, blijken dan helaas later, als je eenmaal opgegroeid bent , ook nog eens  heel erg tegen je te gaan werken, waardoor je totaal niet wordt begrepen  – wat nog eens het belang laat zien van het vroegtijdig helpen van kinderen die zulke dingen meemaken- het beste zou natuurlijk zijn  wanneer  dit alles  voorkomen kan worden!

Dit verhaal gaat over een deel van ervaringen  wat is meegemaakt in mijn jeugd in de leeftijd tussen ruwweg twee en elf jaar oud.  Over de periode van twaalf tot zeventien is vrijwel niets meer te herinneren; na mijn elfde is er een zware, zwarte periode, alsof het ‘licht’ dan echt is uitgegaan en alles is gestopt. Dit verhaal eindigt dan ook bij elf jaar.  Het verhaal is zo min mogelijk ‘geromantiseerd’,  om zo dicht mogelijk bij de (flarden van ) herinneringen te blijven, wel is het chronologisch geschreven.  In het nawoord heb ik nog beknopt aangegeven  welk  bewijs van deze herinneringen, na  meer dan dertig  jaar toch nog kon worden vastgesteld.  

1.Vijf jaar oud en gek

Dit verhaal begint als ik  vijf  jaar oud  ben in 1967 en later zal hopelijk begrepen zijn waarom juist dit moment is uitgekozen  Ik neem de lezer mee naar een slaapkamertje, waar ik mijzelf zie zitten op een  keurig opgemaakt bed, bij ‘keurige mensen’ waar ik als pleegkind verbleef.  Op de  rand van het bed zit daar een jongetje die weet dat ie gek is. Hartstikke gek. Dat klinkt misschien vreemd om van jezelf te zeggen, maar niks klopte meer in zijn kop. Het eerste wat ik hem dan ook hoor zeggen is : “Ik ben gek. Ik ben helemaal geen mens, ik ben eigenlijk een dier, ik weet niet waarom, maar dit is niet mens, dit lichaam klopt niet, niks klopt van alles. Waarom haat iedereen mij?  Waarom komt alles elke nacht? Waar ben ik eigenlijk? Wat doe ik hier? Waarom is iedereen altijd boos?”

Ik zie  hem  vervolgens zijn hoofd schudden en ik hoor hem zuchtend vervolgen:”Alsof ik het allemaal  zelf  zou hebben gedaan. Of heb ik toch wat gedaan? Wat heb ik dan gedaan, dat ik zo ben, dat ik zo zit, dat ik geen mens ben? Is het een straf dat ik hier ben? Is dit  soms de straf voor alles wat is geweest? ”  Hij keek naar zijn benen die over de rand van het bed hingen. En het klopte  helemaal niet in zijn ogen. Wie of wat hij was klopte niet. Waar hij was, dat klopte evenmin. Zijn lichaam, zijn leven, niets ervan leek juist, niets paste bij hem, niets hoorde bij elkaar, hij bestond in niets echt. En was het ook niet dat hij iedere avond, voor het slapen gaan weer alles moest doen tegen wat hij noemde “de verschrikkelijke”?  Maar hij dacht niet na waarom, van wie dat zou moeten. Hij wist alleen dat hij gek was. En dat was hij ook wel. Dit kwam ook helemaal niet goed, toen niet en de rest van zijn leven niet. Geen dag werd meer goed, geen nacht werd meer veilig, nooit kan hij meer zomaar gaan slapen.. Het leven was in feite een hel. Hoe was dit zo gekomen?  Waarom moest alles tegen “de verschrikkelijke”? Daarvoor gaan we terug naar de tijd voor hij in het pleeggezin kwam. .

2. Gipsy boy

Het is 1964. In het begin was er een heel klein jongetje, die Gipsy boy werd genoemd . Waarom hij Gipsy genoemd is, weet ik niet, maar misschien wel, omdat er veel zigeuners rondtrokken, die vaak in de buurt waar hij woonde voor langere tijd met hun caravans verbleven  en waar hij dan af en  toe bij betrokken was.  Maar misschien paste de naam hem nog wel meer, omdat zijn leven zich grotendeels buiten afspeelde.  Ja, hij leefde, zoals hij  zich blijvend herinneren zou,   in een omgeving van kleine weilandjes, die  steeds weer werden afgewisseld door bosjes, hoge donkergroen geverfde schuttingen, hagen, oude schuurtjes en er waren overal wel dieren zoals kippen, konijnen, paarde, schapen  en vogels… Gipsy boy is tussen twee en drie jaar oud, als hij hier leeft met zijn ouders en broers en zusjes. Hoewel hij hier samen leefde met zijn gezin, was hij ook regelmatig van hen gescheiden,  vooral wanneer de nacht kwam en de donkerblauwe kleuren van de lucht langzaam in diep zwart veranderden…

Sterry, die nog maar een hele kleine baby was, leefde hier ook ergens  en steeds als zij elkaar ontmoeten, vroeg Sterry hem zijn naam …Maar waarom?  Het leek er op, dat ze een deel van de tijd ook samen door hadden gebracht, afhankelijk van wat er op dat moment gaande was… En slechts heel af en toe had Gipsy boy het idee dat hij Sterry wel kende, maar hij wist niet goed waarvan, alsof hij niet begreep dat ze toch ook vaak samen waren geweest.Wie was deze baby?  Ja, hij herinnerde zich Sterry nog vaag, als die hem zo lief glimlachend aangekeken had , als ze weer in die vreemde,  schuin aflopende bedjes waren, waarin ze  steeds een tijdje werden gehouden en ze elkaar van heel dichtbij konden zien. Nooit zou Gipsy boy de glimlach van deze baby vergeten. Nooit. Maar toch wilde hij het allemaal  wel vergeten. Waarom  dat was wist hij niet.

Gipsy boy leefde in de zeer duistere jaren tussen 1963 en begin 1965 en hoewel hij klein was, kon hij de wereld toch goed aan;  de wereld waarmee hij bekend was, want dat was toch zijn wereld, waarin hij geen andere keus had mee te doen in alles wat er geschiedde. Alles wat er gebeurde was immers een deel van hem, het gebeurde in  zijn wereld  waarin hij opgroeide en maakte wie hij was, maar vooral wie hij moest zijn. Het was in deze duistere tijd,  dat het zo vaak gebeurde, dat er hele diep – boze dingen gebeurden, steeds maar weer. Voor zover hij zich herinnert, waren het boze gebeurtenissen, die soms al aan de gang waren, zelfs zonder dat hij het door had, alsof het een gewoon  deel was van zijn leven.

Soms was het boze dus ook deel van  het leven, waarin hij opgroeide en leek het wel alsof hij niks anders had gekend. ..  Tussen deze gebeurtenissen was er ook stilte. Fijne stilte, als ik hem zie spelen op  de stenen tegels achter het huis, onder een grote boom waar speelgoed lag wat hij dan zag.  En als hij hier speelde was er niemand die hem zou zeggen wat te doen; hier kon hij even helemaal vrij zijn, lachen naar zijn broers en zussen en luisteren naar alles om hem heen.  Wanneer dat zich precies afspeelde  weet ik ook niet,  want het was inmiddels  de lange, duistere zomer van 1964, waar alles verloren ging in zijn hoofd. In deze zomer  waren er  diep – boze gebeurtenissen waarin ze hem namen, waarin alles zwart werd en waarin hij volledig niet meer kon bestaan. Deze gebeurtenissen, zo weet hij nog,  waren ergens onder een hele grote boom, ze waren ook wel ergens binnen. Maar steeds waren de ‘erge bozen’  in het zand, zels binnen.  Kon hij ergens binnen liggen in het zand?

O, die erge gebeurtenissen gebeurden  helemaal niet door echte  mensen, al schreeuwden ze wel zoals boze mensen. Het waren volgens Gipsy boy meer een soort grote katten die vreselijke dingen deden, want hun oren waren zo vreemd, ze waren puntvormig  en omhoog staand op hun kop. Toch wist Gipsy boy dat het geen katten waren, want  de katten die hij kende waren klein en liepen  gewoon achter het huis, hij zag ze bij de schuttingen en de heggen. Ze riepen ook gewoon ‘miauw’ en voor die katten was Gipsy boy ook helemaal niet bang.  En nu, op een vroege ochtend van de nazomer zie ik ineens baby Sterry naar Gipsy boy staren, die juist ontwaakt na een heftige, vreselijke gewelddadige nacht;  ik hoor Sterry van een afstand met trillende stem vragen “Wie ben jij?”  Maar is het echt Sterry die dat  vraagt? Sterry is toch nog maar een hele kleine baby… en toch is hij op één of andere manier daar. Nogmaals hoor ik Sterry vragen :”Wie ben jij?” terwijl hij Gipsy boy onbeweeglijk in het zand zag liggen.

3. “De verschrikkelijke”

Gipsy boy lag onder een enorme boom languit in het zand, met zijn gezicht  nog steeds bedekt met opgedroogd bloed vermengd met zand.  Hij staarde vrijwel bewegingsloos naar het paaltje waar hij deze nacht aan vast had gezeten. Overal om hem heen was opgedroogd  bloed; overal lagen veren, stukken botten en overal was het vreselijk vies. Overal was het erg. Alles was erg. De hele wereld was erg. Gipsy boy was compleet gebroken, hij hoorde Sterry niet en hij merkte ook  niet hoe Sterry verwonderd bij hem wegging. Sterry begreep niet waarom Gipsy boy niet weg zou rennen van dit. Hij zou nooit zoiets doen als Gipsy boy, want alles wat hij hier zag aan bloed en geweld was helemaal niets voor hem. Liever zou hij ver weg zich schuil houden en wachten, dan mee te doen aan dit.

Vooral de laatste tijd was  er zoveel geweld ,zoveel bloed, zoveel vreselijk gekrijs, zo boos schelden, zoveel zo diep kwaad, er waren zo erg veel helemaal kapotte dieren zelfs. Het maakte hem helemaal kapot.  Gipsy boy stond op en huilde. Zijn tranen mengden zich met het bloed en het vuil in zijn gezicht en hij keek naar zijn lichaam dat  nog helemaal onder het bloed zat. Hij herinnerde zich niet alles, maar wilde weg, hij wilde slapen waar het veilig zou zijn,  weg….weg van deze totale andere wereld, waarin hij genomen was, waar niets meer hetzelfde was… Dan echter hoorde Gipsy boy iemand op hem af stappen en hij huilde nog als hij werd opgepakt en zich realiseerde dat het nu over was…want het was zijn moeder die hem optilde en naar huis droeg,want  zoals altijd vond ze hem weer ergens terug. Gipsy boy voelde zich even veilig nu zijn moeder hem vasthield en tot hem sprak; alles wat ze nu zou doen was hem wassen, hem eten geven en te slapen leggen, voor heel erg lang. Nog steeds realiseerde Gipsy boy zich niet dat alles erge voorbij was, want hij trilde nog steeds en was nog half dromend en schuddend, hij was nog extreem high van alles wat gebeurde, wat hem had uitgeput en had gebroken,  wat hem had genomen en bezeten. Tegelijk was hij hongerig en slaperig, maar zijn hoofd voelde alsmaar de pijn die in hem bleef. Zijn moeder schoof hem onder een dekentje, weg van zijn broertjes en zusjes. Of waren zelfs die niet in huis? Zijn hoofd droomde en tolde en zijn moeder begreep niet de pijn die in hem was, als ze hem waste en dan zachtjes streelde…  en dan weer wegging, omdat…Zijn moeder ging steeds, ze ging, ze ging… Gipsy boy voelde nog steeds een diepe pijn in zich, hij hoorde nog steeds heen  grauw snauwend gefluister naast zijn oor,  het diepe hoongelach, de muziek  en met zijn ogen dicht, zag hij alleen maar bloed, maar het was  alles waar je niet van weg kon gaan. Maar het boze wat  hier steeds gebeurde,  was steeds weer een gebeurtenis die weer ophield, althans Gipsy boy wist niet hoe vaak alles gebeurde.  Maar het was het erna  weer zo gewoon. Maar juist dat  maakte hem zo diep bang, altijd  bang, omdat ze toch weer kwamen, zodra hij sliep, zodra hij speelde, zomaar.  Nergens kon hij zich verbergen voor ze, hij was ook veel te klein.  En daar, juist als Gipsy boy in slaap valt, zie ik Sterry vlak naast hem, alsof hij zich wilde opdringen in het hoofd van Gipsy boy…  en het was ook alsof Sterry hem bijna wilde aanraken, om te zien of hij wel echt was…”Wie ben jij?”vroeg Sterry, … “Waarom?” Sterry huilde, maar Gipsy boy sliep.

Daar waren twee belangrijke ‘figuren’ voor Gipsy boy, die meer betekenden dan alleen verschijningen in sprookjes (die hij nog niet kende):  kraaien en katten. Kraaien waren grote zwarte vogels wist hij, vogels waarin dode mensen zaten die alles altijd zien wat je doet, waar je ook bent. Pas op voor de kraai, want de kraai ziet je! De kraai weet alles.  Gipsy boy was heel bang voor kraaien. En dan waren er de grote  ‘katten’, Gipsy boy noemde het nog steeds de katten…pas later zou dit veranderen in ‘de heksen’… Of noemden de katten zich ook al heksen? Met deze ‘figuren’ was alles het ergste. Ja, zij namen hem ergens totaal.  Niets was meer van Gipsy boy.  Zij namen zijn hoofd en duwden dat hard omgekeerd op een blok om hem te laten eten, terwijl ze hem sloegen, ze deden alles door elkaar  van  baby’s, dieren, kraaien, katten, kippen, honden, alles steeds door elkaar in bloed. Zij lachten erom, die grote katten. Steeds weer  wilden ze zijn hoofd.  Altijd maar weer moesten ze zijn hoofd. Zij duwden op zijn hoofd terwijl ze hem sloegen om hem te poep te laten eten, om in zijn hoofd te schreeuwen en te fluisteren. Gipsy boy zag steeds tussendoor  de ringen aan hun vingers, als zij over hem deden de poep en het bloed en als hij van ze moest eten poep, Hij voelde zichzelf een luier, zo zou hij het ook onthouden.  Er werden dieren geslacht aan de haak vlak er boven en Gipsy boy had daar ook wel  gehangen, wachtend met zoveel angst tot ze hem zouden slachten.   Ook had hij gelegen onder het laken waar met het kapotte dier in het bloed, waar ze zijn lichaam namen. Mensen en dieren zaten door helemaal elkaar. Met grote messen sloegen zij de dieren dood, het bloed spatte steeds overal heen  de dieren bloedden alsmaar door bovenop op Gipsy boy en alles was vies, en smerig en alles was bloed. Ze deden  er  wormen in zijn bek, en op zijn kop:  de dood  was in hem, dood op hem, alles werd  in hem gestopt vanuit haat. Zij gaven hem de pijn, als hij moest roepen hun woorden en als hij zag wat ze schrijven. Hij moest aanbidden.  Gipsy boy was vast en die pijn ging  dan diep van binnen, veel te diep. Voor het slachten. Hoe vaak was de kop van de kip in zijn bek gedaan. Hoe vaak moest hij dieren kussen voordat ze  uit elkaar geslacht werden. Maar Gipsy boy wist niet eens wat dood was.Hij zag de dood wel, zo heel erg vaak.

Maar wie waren dat die dit deden? Gipsy boy weet dat niet eens echt. Hij  wist alleen maar, – hoe erg-  dat zijn eigen vader erbij was. Dat was al erg. Heel erg. Heel erg? Nee, dat was op zich al heel verschrikkelijk. Zijn vader haatte hem intens, vanuit zijn hele bestaan en als Gipsy boy alleen met hem was, was  het de hel. Zijn vader wilde hem alleen maar pijn doen, altijd.   Erbij waren  ook wel  die  grote katten, de Ier en Ram,  zij schreeuwen rare woorden. Wat ze willen van hem , dat weet hij  niet echt.  Gipsy boy kende wel hun vingers met de ringen goed, o het waren echte heksen, want heksen hebben  altijd vingers met veel ringen,  en zij lopen ook op sandalen in het zand  in blote voeten. Hier was ook ‘Atta’. Altijd was het Atta wat ze schreeuwen . Wie was Atta? Was hij zelf Atta? ? Waarom schreeuwden zij het in zijn gezicht, als hij steeds poep moest eten, als zijn bek vol was met wormen…. Hij was de laagste,  om wie ze altijd lachen. Ze gooien alles  erge over hem heen, altijd met het laken. Gipsy boy moest kruipen, ze willen hem altijd doden met het mes. Dat denkt hij niet alleen , hij ziet wat het mes doet met de dieren.  Ze slaan hem steeds,  terwijl ze lachen en Gipsy boy kan niet los. Dan is hij lang in het donker om te wachten, om te hopen dat het ooit ophoudt. Gipsy boy gaat erin kapot, uit angst, angst voor alles; kapot in ‘dat niks meer klopt’.  Alles wat restte was , dat hij zo intens bang was, zo verschrikkelijk bang . Voor alles. Voor hun lucifers, voor hun vuur, voor hun grote messen en hun vreselijk lachen, voor hun harde woorden, hun duisternis,  hun poep en hun bloed, hun walgelijke dode dieren, hun lichamen en hun  erge kleren, alles was zo erg, zelfs het licht was hier duister.

En dan was daar de vreselijke duisternis, die nooit ophield. Diepe bassen klonken in de muur, de bas van een hele grote, zware klok. Een kerkklok dreunde in zijn hoofd, hij was vast in het zand.  Hier is Gipsy boy zowat dood gegaan, niet van honger of dorst, maar van intense angst en diepe pijn, van het totaal verloren gaan in het niets… waar alles ophoud. Waar hijzelf ophield in angst om totaal verlaten te blijven.   Hier was zijn wereld, ergens liggend in vieze, vieze modder in poep en bloed, wat hij nog zo vaak zou herinneren,  waar niemand hem meer hoorde, waar hij moest blijven,… Waar hij was weet hij niet en dit zou het leven blijven van de vervloekte, uitgestoten, diep gehate Gipsy boy, die betrokken was geworden in dingen zo slecht, zo erg , zo duister, dat hij het meeste ervan ook zich niet meer zou herinneren.  Maar dan, op een dag ergens in oktober, kwam er misschien wel een nog grotere ramp in zijn leven….

4. Kind, baby….

Ineens was alles voorbij… Zijn hele  tot dan toe bekende wereld was verdwenen… Op een of andere manier was het alsof Gipsy boy niet meer bestond… zijn weilandjes, bosjes, zijn heggen, zijn schuren, zijn huis, de zigeuners, de kippen, de katten, zelfs de gehate dode dieren en de kraaien, zelfs de kwaadaardige katten  en het bloed, alles  was weg… Hij zou  zich van alles in flarden blijven herinneren, juist omdat alles zo plotseling weg was, zodat het altijd was ‘de verschrikkelijke’ van ervoor.

Alles wat Gipsy boy zich herinnert van kort daarna  was, dat hij met een auto werd weggebracht in een vroege avond, met achter hem de sikkel van de maan, precies zijn eigen maan, die schuin achter hem stond aan de donker wordende hemel. Hij werd naar een nieuw leven gebracht, naar een kinderhuis in Groningen waar niets meer hetzelfde zou zijn van wat hij had gekend… Eenmaal in het kinderhuis, zie ik Sterry weer verschijnen, die nog steeds precies dezelfde kleine baby was.   Het was, alsof hij hier wilde gaan leven, in een echte peuterdroom waarin alles weer helemaal goed zou worden, alsof  er niets  kwaads ooit was gebeurd.  Hier kwam namelijk een periode waarin alle duistere kwaad, alle ‘verschrikkelijke’  was verdwenen. Maar het was aanvankelijk absoluut niet zeker dat hier niet opnieuw iets verschrikkelijks zou gaan gebeuren. Want wie waren al die vreemde grote mensen  in dit gebouw?  Zouden ze hem weer nemen?  Zouden ze hem gaan geven aan de grote katten?  Sterry begreep, dat Gipsy boy nodig bleef , voor het geval alles verschrikkelijk fout zou gaan, want Gipsy boy was gewend aan al dat bloed, de dood en het eten van poep en andere gekke dingen.  Sterry  zelf was dat niet, hij was de meest zachte en mooiste baby van alle schepselen, hij was wit, schoon, hij droeg altijd mooie kleertjes en was nooit naakt, hij was goddelijk in zichzelf, hij was een engel.  Was hij niet aanbeden en  was  hij niet de echte baby? Hier, met al die kleine  kinderen zou Sterry kunnen leven, hier hoefde hij niet bang te zijn… En Gipsy boy, die merkte dat zijn hele wereld was verdwenen wist niet wat hij moest, met een wereld die alleen gebaseerd leek te zijn op kinderen….

5. Een zelf…”Fepijn”

En het was hier, in de zomer van 1965 waar  Fepijn  zichzelf  terug zou zien in een groep kinderen,  waarmee hij zo nauw was verbonden, alsof zij allemaal een stukje van hemzelf zouden zijn.  Werkelijk alles gebeurde vanuit de groep of in de groep:  samen gingen ze altijd eten, samen spelen, samen wandelen, samen zingen, samen wassen, samen aankleden, samen naar de w.c. moeten en samen slapen op de kleine matrasjes op de zolder, elk met hun eigen angsten, maar altijd toch veilig samen. Samen met de andere kinderen, zo leerde Fepijn, is veilig.  Er waren altijd wel leidsters die alles in de groep van een afstandje  regelden en een oogje in het zeil hielden, maar zij waren niet deel van de groep; zij stonden veraf en waren niet echt in of van de groep, de groep was een eenheid maar  dit was niet geheel waar. Fepijn voelde zich hier voor het eerst van zijn leven echt veilig, beschermd door de aanwezigheid van de andere kleine kinderen van de peutergroep, maar hij bleef ook bang  voor  wat er misschien nog zou kunnen gebeuren. Dus wachtte hij af: want hoe kon je zeker weten dat alle verschrikkelijke dingen nooit terug zou komen? Het dagelijkse leven hier ging zijn gangetje en ook al was je niet werkelijk hier een echt iemand, je kon samen leuke dingen doen.  Was jezelf eigenlijk meer dan alleen maar een naam?

6. Opnieuw: baby’s

En  dan, op een dag,  nam een leidster hem bij zijn hand en nam hem mee naar een plaats die “Fepijn heel erg fijn zou vinden”. Een plek, die van hele grote invloed zou worden op de rest van zijn leven. De leidster voerde Fepijn aan zijn hand mee  door een gang en ging dan  links een deur in, waar Fepijn  nog nooit was geweest. Hier was een grote zaal,  waar een aantal ledikantjes  keurig op een rij waren geplaatst, met in elk bedje een baby. Bij deze baby’s waren leidsters druk bezig  om  ze de fles te geven en ze te wassen, te verschonen en aan te kleden en hier zou Fepijn vanaf nu enkele malen per week  naar de  baby’s gaan kijken.  Hier zou het voor Fepijn zo fijn zijn, vonden ze.

Maar het was precies hier,in deze babyzaal dat alles overnieuw was begonnen. Immers, Gipsy boy had van anderen geleerd om de levende wezens in te delen  in drie soorten: er waren mensen en er waren dieren én er waren nog baby’s. De laatste twee waren dus verschillend, maar, zo had hij geleerd, waren niet mens en waren dan ook bestemd voor de ergste dingen, voor het slachten, het bloed en de verschrikkingen. Gipsy boy keek  hier zijn ogen uit!  Waren deze baby’s in het paradijs gekomen, nadat ze waren geslacht? Hoe kon het dat ze allemaal levend waren?  Was dit het paradijs zoals hij dat  van ze had geleerd? Waren dit aanbeden baby’s, die dood waren ? Het zag er ook uit als het paradijs. Alles was hier wit.Witte ledikantjes, witte kleertjes, witte luiers, alles wit. In zijn eigen vorige wereld thuis  was alles vies en grauw geweest.

Maar hij zag meer. Baby’s deden hem denken aan zijn moeder en het maakte hem triest, dat hij niet meer thuis woonde,  tussen zijn weilandjes, zijn heggen bij zijn kippen en zijn huis, bij zijn moeder… want waar was zijn wereld, waar was iedereen? Waarom was hij hier? Waar was zijn moeder? Waarom zorgden deze zusters wel voor de baby’s maar niet voor hem?  Waarom moest  hij groot zijn  en hier nu zien, hoe de baby’s werden verzorgd, iets wat hij nooit zo had gekend?  Gipsy boy zag zichzelf ondertussen helemaal vies in zijn hokje vast zitten, terwijl hier de baby’s werden verschoond en echt eten kregen, in het daglicht waren en lief gevonden werden. Nee, dit wilde hij helemaal niet zien, dit was helemaal niet fijn om te moeten zien….

Fepijn  had  echter ondertussen helemaal geen keus. Hij moest verder en moest het leuk vinden bij de baby’s , want de leidsters waren  dan ook steeds zo vriendelijk tegen hem als ze hem naar de baby’s brachten en zelfs mocht hij een keer in het babybedje zitten, in een echt baby bedje! Terwijl hij nooit een echt bed had gekend. Hier moest hij verder, want hij was toch al ‘groot”? Hij ontkende Gipsy boy volledig.

En dan was daar steeds maar Sterry, de kleine stralende baby,  die het op de baby afdeling juist prachtig vond…. Hier kon hij regeren, met al die zachte, lieve  baby’s , met al dit licht, in het paradijs,  in  een droom waarin hij een plek kon krijgen, of Gipsy boy dat nou leuk vond of niet!  Hier was het dat Sterry zich fijn voelde en naar buiten toe liet zien hoe fijn het was om in de droom van de peuter, om deel te zijn van de wereld  van baby’s, hier leefde hij weer. Maar dat was Sterry, dat was niet Fepijn, of Gipsy boy.  Die laatste  noemde de babyzaal dan steeds wel het’ paradijs’ alsof de baby’s eigenlijk al dood waren  en het duurde nog geruime tijd voordat hij begreep dat deze baby’s helemaal niet waren doodgegaan, maar hier waren gebracht omdat ook zij geen vader en moeder hadden die voor hen  zorgen konden.  Gipsy boy  wilde eigenlijk helemaal geen baby’s zien of herinneren, dat was voor hem allemaal zo verschrikkelijk. Hij  begreep niet wat Sterry bezielde om Fepijn  zo te belazeren met baby’s, terwijl ergens verderop langs het de spoorlijn die vlakbij het kinderhuis liep, een hele eigen moeder was, voor wie hij baby was, zonder andere baby’s erbij.  Geen leidsters, geen andere kinderen, maar gewoon zijn eigen moeder, zijn eigen huis, waar hij naar verlangde.  Fepijn kon hierin niets kiezen, want hij realiseerde dat hij verder moest, zou moeten meedoen met de andere kinderen…Maar elke dag langer in dit kinderhuis betekende verder weg van zijn eigen moeder, een hoop dat alles nog zou goed komen vervaagde. Hij droomde ‘s nachts van een lange tafel, waar zijn broers en zussen bij zijn vader en moeder samen zaten. Allemaal  weer samen, maar dan wel goed, zonder alles erge.  Wat een droom.

7 De groep

En wat had deze wereld  nou eigenlijk echt aan hem te bieden,  wat was er echt voor hemzelf? Er was niemand die hem ooit lief vond, niemand die er  speciaal voor hem was. Hij was de groep, de groep was wie hij was, hij was in zekere zin al die  andere kinderen.   Ja, er waren leidsters die vonden dat hij leuk tekende met wasco. Die het knap vonden  dat hij al letters en woorden kon lezen en kon schrijven in een boek. Maar de leidsters mochten jou helemaal niet aanraken,  Fepijn. Niet troosten, niet op schoot nemen,  zelfs niet even optillen, weet je nog?  Ja, één keer heeft een leidster het tóch gedaan. Haar misdaad wordt in dit verhaal hier  dan toch verklapt. Ze tilde Fepijn op – wat ie zomaar niet erg vond-  om hem een groot veld rode rozen  te laten zien, in de tuin naast het huis. Nog nooit had Fepijn zoiets moois gezien,  hij verwonderde zich zelfs dat hij kon genieten van zoiets moois.

En  Fepijn  begon hier dan toch  te wennen, en het werd er zelfs wel een soort van ‘ fijn’ ook al leefde hij tussen de werelden van Gipsy boy en Sterry in.  Het was tenminste veilig, de andere kinderen boden hem de bescherming die hij nodig had , de grote mensen deden hem  gelukkig nooit meer pijn, hij was hier geen luier meer, ze   namen hem niet meer mee naar verschrikkelijke dingen.  Hier kon hij heel misschien wel gaan wonen, maar hij moest voorzichtig blijven, want je weet maar nooit.Niemand vertelde iets en alles bleef maar onzeker.  De groep domineerde zijn leven. Zelfs als hij een mooie rode roos in een weiland had gezien en onder het prikkeldraad zijn hoofd van voor tot achter diep open haalde waardoor zijn gezicht helemaal onder het bloed zat, mocht hij niet huilen, vanwege de groep. Dat was niet goed voor de groep. Als hij niet zou huilen, kreeg hij een lolly. Fepijn vocht tegen de pijn  en  trotseerde alles  en in een klein kamertje van de hoofdleidster zie ik haar de grote pot met lolly’s pakken, en Fepijn glunderde, want hij kreeg zijn lolly, als beloning.  Dan, eind 1965, kwam er de mooiste kerst die hij in zijn jeugd zou beleven, een kerst voor en met de groep. Lange tafels waren gedekt met een lang wit laken en er stonden zoveel witte bordjes, er was een kerstboom met gekleurde lampjes en er was krentenbrood, iets wat hij nog nooit had gegeten. Ze zongen samen liedjes, en  kerst werd hier een werkelijk feest. Voor Fepijn leek het, alsof alles beter zou haan worden….

8. Pleeggezin – zooi

Maar het gebeurde net na deze fijne kerst van  1965 dat hij onverwachts werd meegenomen in een auto  om weer ergens anders te  moeten gaan leven, waar niets meer hetzelfde zou zijn als in het kinderhuis.. Weg was  zijn groep kinderen , weg alle leidsters die hij kende, weg de grote groene grasvelden om samen met de kinderen op te spelen, weg het samen wandelen, weg alle speelgoed wat hij kende, weg je vaste plekje waar je altijd zat te eten,   weg was de muziek, weg de kerst, weg het samen slapen, alles wat hij kende, voorgoed weer weg.  Bijna vier jaar oud was Fepijn, wanneer hij met een  auto werd gebracht naar pleegouders  die dan ‘ zijn nieuwe ouders’  zouden gaan worden.  Niemand had hem  van te voren iets verteld.    Sterry was  bang  voor alles wat zou gaan komen. Want waar waren de baby’s, die in Fepijn’s  leven zo belangrijk waren en waar hij zo vaak naar toe ging?  Waarom werd zijn peuterdroom verstoord, dat alles weer helemaal goed zou worden, waarin  hij kon leven? Zodat alles niet zo was gegaan, als het was gegaan?  Waar waren de andere kinderen die hem beschermden,  waar was zijn eigen groep die zorgde dat hij veilig was? En dit keer, was alles weg voor Sterry, zijn wereld was compleet afgebroken. daar Fepijn was weggebracht naar een kleine plaats  waar pleegouders voor hem zouden gaan zorgen. Gipsy boy was ondertussen razend geworden, hij was juist helemaal niet bang. Wie dachten deze nieuwe mensen wel, dat zij zomaar zijn vader en moeder zouden kunnen zijn?  Hoezo  kreeg hij hier een ‘nieuwe vader en een  nieuwe moeder?” Had hij niet een hele  eigen moeder gehad… die hem dan zo lief optilde en hem dan zachtjes streelde na alles wat er was gebeurd, die hem liet merken dat ze hem lief vond  en die er misschien wel niet altijd was, maar toch vooral  zijn hele eigen moeder was? Dacht iedereen dat hij zijn eigen moeder was vergeten of zo?  En ja, hij had dan ook wel  een eigen vader misschien, maar daaraan dacht hij liever nooit meer en voor een nieuwe ‘vader’ in zijn leven was hij alleen maar bang…. Hij hoefde helemaal geen nieuwe vader. Was dat in het kinderhuis niet zo fijn geweest, alleen maar leidsters?  Wie weet was die nieuwe man hier wel net zo’n verschrikkelijke….. Maar nooit zou hij zijn eigen vader en moeder verraden, verloochenen. Nooit. Ervoor was Gipsy boy te koppig.

En het was hier dat Gipsy boy  Fepijn’s leven af en toe compleet over nam… want wat was Fepijn hier? Een kind? Van wie dan? Waar hoorde hij?  Wie was Fepijn eigenlijk? Hier was geen moeder die hem liefhad en hier waren zelfs geen vreselijke katten die hem zouden nemen .. hier was niks van zichzelf. Was niet ook alles wat in het kinderhuis was geleerd en waaraan hij juist gewend was geraakt weer helemaal weg? Waar waren  de kinderen  die hem  steeds zoveel veiligheid hadden geboden?  Gipsy boy begon dan echter grote fouten te maken. Hij kende namelijk  de  gekke woorden van de vervloekingen  en de aanbiddingen en hij riep die overal dat iedereen het kon horen, hij riep ook  dat zijn vader een kannibaal  was, hij dacht ook steeds maar dat zijn lichaam voor seks was en dat dode dieren heel normaal zouden zijn. Iedereen vond hem een fantast, de pleegouders vonden hem  gek. De pleegmoeder vond hem zelfs  gelijk een ‘erg’ wezen, dat door haar dan al af en toe  onder de ijskoude douche werd gezet, waar ze hem leerde dat zijn lichaam vies en slecht was en waar ze hem al op vaker op zijn geslachtsdelen begon te slaan.  Niemand begreep wat Gipsy boy  bedoelde. Alleen Fepijn, die wist het eigenlijk, diep van binnen  wel. Maar Fepijn  wilde eigenlijk niks weten van Gipsy boy, want die zat hier erg in de weg, die deed de dingen die juist niet konden, die alles erger zouden maken.Waarom gedroeg Gipsy boy zich zo?   Alleen door jezelf  en je afkomst volledig te verloochenen kon je verder en hij wilde, althans moest  verder, terwijl Gipsy boy juist terug wilde.  Maar Fepijn dacht juist dat hij verder kon , door net alsof te doen, dat je geen moeder nodig had, geen liefde hoefde, door geen mens te  zijn,  geen gevoel te hebben, door net alsof te doen , anders werd alles hier in het pleeggezin alleen maar erger, want niks werd begrepen..   Gipsy boy leek Fepijn daarin zelfs te begrijpen, want  hij was  begonnen om Fepijn steeds weer te laten zien dat hij eigenlijk alleen maar een dier was en dwong hem dan om  zich te laten gebruiken voor alles wat hij kende, zodat het allemaal goed zou worden tussen hen, zodat het  steeds weer voorbij was in zijn hoofd… Fepijn probeerde sommige gebeurtenissen in te passen in wat hij kende en de door Gipsy boy genoemde ‘katten’ werden  veranderd in de ‘heksen’ en alle vreselijke gebeurtenissen waren te erg om te duiden, en  werden simpelweg  ‘de verschrikkelijke’ genoemd.

Gipsy boy  bracht dus de ‘verschrikkelijke’ steeds weer terug samen met het extreme geweld,  bloed en vreemde seks met die heksen, waarvan Fepijn niet eens wist dat dit zo was, want wat wist Fepijn eigenlijk van seks? Gipsy boy bracht dit alles terug  en hij leerde Fepijn dit te moeten accepteren omdat alleen door dit te accepteren zou hij Fepijn met rust laten.  Immers:  wist Fepijn dan niet meer wie hij eigenlijk was?  Wist hij niet meer wat hij in het zand voor ze had moeten doen? Wat hij steeds had moeten eten? Wat hij had moeten zien en doen, waar zijn hoofd voor was geweest  en waar hij in had moeten liggen? Wat hij allemaal voor rare dingen had geleerd?  En  had  niet hij, Gipsy boy,  dit alles doorstaan en  overleefd en begreep Fepijn  dan ook niet dat hij – en niemand anders – tegelijk daarmee alle herinneringen had aan zijn eigen moeder, zijn eigen huis, zijn familie, alles wat hij zo goed kende? Waarom wilde  Fepijn zo huichelachtig verder? Had hij, Gipsy boy ook maar  iets te maken met deze nieuwe mensen?  Waren dit  niet overnieuw  gewoon weer vreemden waar hij was?   Gipsy boy verachtte Fepijn .En Fepijn, die in feite niks voorstelde, nergens hoorde,  voelde zich machteloos tegen Gipsy boy.Inmiddels  werd Fepijn vijf jaar.

9. Terug bij hoofdstuk 1: Vijf jaar oud en gek…

Sterry stond in de strijd tussen Gipsy boy en Fepijn aanvankelijk machteloos. En hier zijn we dan weer in 1967, ik  zie  Fepijn  op de rand van zijn bed zitten, het keurig opgemaakte bed bij de “keurige mensen”, denkend dat hij geen mens is, dat hij niet bij de mensen hoort en eigenlijk geslacht zou moeten worden. En daar is dan de kleine, lieve baby Sterry. Sterry wist dat Fepijn  gek was geworden van alles,  nergens meer  hoorde, nergens een leven had waar hij meetelde.  Fepijn  bestond dan ook niet echt, hij was een ruwe optelsom van Sterry en Gipsy boy en nog iets. Maar wie  Sterry was, dat wist hij niet- het was allemaal weg. Zijn gedachten en hersens werden zelfs genomen door de opdrachten, om alles zo te zien en beleven zoals zij het wilden – vaak omgedraaid- , om te voelen wat zij wilden, voor alle verschrikkelijke dingen die zij wilden. Zij hadden alles van hem genomen. Hij was gebroken.  Maar wie waren zij?  Wat wilde hij eigenlijk zelf? Bestond hij  eigenlijk wel zelf? Wie dacht dit alles? Waarom was de wereld zo wreed en verschrikkelijk?  Elke avond kwam het terug: “Je moet naar de heksen voor alles verschrikkelijke ” flitste het in zijn kop. Vijf jaar oud, hoe gek.

Ik  zie Sterry  naast Fepijn  verschijnen, en hoor hem zeggen : “Ga toch terug, ga terug naar alles van baby’s, wordt weer net als een baby, dan is het wel weer goed… . wordt een baby, en wordt tegelijk je eigen mama. Dan speel je dat je terug bent.”  Waarom wilde Sterry dat Fepijn terug zou gaan?  Fepijn wist echter helemaal niet hoe hij een baby zou moeten worden en waar hij baby kon zijn…. Immers, er was geen wereld meer waarin hij baby zou zijn, stel je voor, hij is al vijf jaar!  Alleen in zijn eigen wereld kon hij  nog baby worden, met de plastic broeken die hij kende.

“En met de heksen” fluisterde Gipsy boy hem toe, “als je echt baby wordt, dan komen de heksen… je weet wat ermee gebeurd…” en hier zat Fepijn gevangen tussen Sterry en Gipsy boy. Maar zoals we later zien, Gipsy boy deed alles ook om Fepijn te beschermen van nog  veel ergere dingen die er waren. Nog zoveel erger dan  wat tegen hem was gedaan….Ze dachten ondertussen overal dat hij al vijf jaar was, maar niks was ervan waar. Toch ging het wel goed op de kleuterschool. Tussen de kinderen voelde Fepijn zich weer veilig.

10. Religie en andere ellende…

In het pleeggezin kwam de heftige angst  steeds meer terug, Want vanaf dat Fepijn ongeveer zeven jaar oud  is gaan de pleegouders  hem steeds meer slaan en steeds meer schreeuwen… en op een dag wordt hij gedoopt. Fepijn voelde zich bang. Hier begon alles weer opnieuw. Ze hebben hem naar het doopvont gesleurd, want hij was zo bang. Hij dacht, dat ze hem uit elkaar zouden slachten.  Gelukkig was het alleen een beetje water. Maar Fepijn voelde zich bang worden, door de kerk en door de grimmige sfeer van de pleegouders. Die pleegouders  begonnen hem meer en meer te haten en er kwam steeds meer, steeds harder  geweld. Het geweld  tegen hem werd ook steeds meer systematisch, gepland, en  kwam ook vaak  helemaal onverwachts . Soms werd zijn speelgoed waar hij mee speelde zomaar ineens door de pleegmoeder van de vloer geveegd, alles waarmee hij speelde was dan weg, kapot. Totaal onverwachts werd hij dan ook geslagen, als hij aan het spelen was en in bed sloegen ze hem vaak ‘s avonds tussen zijn benen. Onverwacht kwamen de pleegouders dan binnen. Ze sloegen hem hard tussen zijn benen en dreigden dat zijn geslachtsdelen eraf gesneden werden door de dokter met een groot mes. Gipsy boy kon dit niet meer aan . Hij was zo erg bang en merkte dat niemand in staat was te helpen. En het gebeurde op een avond nadat de pleegmoeder Fepijn hard over de grond had gesleurd en zo erg geslagen had, dat Fepijn onder het bed was weggekropen en hier dan  met zijn gezicht terecht kwam  in een dikke laag stof.  De pleegmoeder bleef maar slaan, maar hij voelde het niet meer. er was iets anders gebeurd.

Want die avond verscheen  er  voor hem , zomaar, direct  naast zijn  bed, een heel groot kruis. Hij zag het er echt staan, al was het een beleving in zijn gedachten. Hij zag duidelijk een groot kruis, met nog haken eraan en hij  voelde weer dat ze hem zouden slachten. Hij was extreem bang om geslacht te worden. Zijn lichaam trilde.  Nee, hij wist niet wat de dood was, want hij dacht dat als je er  omgekeerd zou hangen en opengesneden zou zijn,  dat je dan erna  weer verder zou kunnen gaan. Voor Fepijn was het leven helemaal  niet voorbij als je uit elkaar gesneden  en geslacht zou worden.  Gipsy boy  wilde dit alles niet  meer. Hij wilde dat Fepijn doodging. Hij dwong Fepijn  om onder de dekens te gaan en hoopte dat hij zo zou gaan zweten, dat hij zo zou doodbloeden, want doodbloeden, dat kende hij goed.Hij hoopte dat Fepijn zou stikken.   Fepijn bracht hele lange tijd zwetend door onder de dekens, maar er kwam geen bloed en hij stikte niet. Het lukte niet om dood te gaan.Uitgeput viel hij in slaap. Gipsy boy dwong Fepijn later nog eens  om in een grote plastic zak te gaan , om erin te stikken,  maar ook hier ging hij niet dood. Gipsy boy wilde niet dat Fepijn zou leven nog en  het was ook net, alsof iets hem had gezegd dat je geen zeven jaar kon zijn, zo vreemd.  Door het mislukken van het doodmaken van Fepijn werd Gipsy boy  dan razend. Echt razend. Als Fepijn   niet dood ging, dan zou hij de gevolgen krijgen. Hij wist dat hij volledig de controle kon krijgen over wat er in Fepijn’s hoofd moest. Fepijn was namelijk absoluut niet opgewassen tegen de soms bijna dagelijkse slagen van de pleegouders en het geweld dat hij hier ook zag gebeuren tegen anderen…  En dan was er  ook de kerk met de gruwelverhalen  die alles  steeds weer deed terugkomen.Er was alleen maar haat en geweld oom hem heen. Gipsy boy begon het leven van Fepijn langzaam volledig te beheersen. Hij, twee en half jaar oud, voelde zich machtig, nu hij merkte dat Fepijn niets kon. Fepijn werd  af en toe volledig overgenomen door een heel klein jongetje, die werkelijk razend was. En zo ging Fepijn jarenlang door de hel.Overdag werd hij geslagen door de pleegouders en ‘s avonds werd hij genomen door Gipsy boy.

11. Gipsy boy gaat te ver

En Fepijn kreeg er zelfs nog een extra probleem bij. Want het gebeurde, dat wanneer hij ergens liep en dan  zomaar een peuter zag, dat hij al die peuters van het kinderhuis  in zijn gedachten  weer terug zag, de peuters van zijn groep  en  ook  zag hij Gipsy boy  en kreeg het allemaal niet meer goed in zijn hoofd. Wat zag hij?   Wat was er allemaal eigenlijk zo erg  verschrikkelijk gebeurd? Wat had hij gedaan, dat alles zo verschrikkelijk was? Waarom gebeurde er alleen maar geweld en erge dingen?  Hij verzwakte, omdat hij wist dat dit alles niet zijn leven kon zijn, waarin hij nooit ergens had bestaan – hij was niet Gipsy boy, hij was zijn groepje peuters kwijt. Hij zat met een grote last in zijn hoofd, en wist niet wat ermee te doen, hij voelde zich genomen, elke nacht, en zat tussen het geweld van de pleegouders en van Gipsy boy in.

En zo zag hij overal op straat de peuters,  soms ook zelfs baby’s  die hem vertelden wat hij niet was, wat hij nooit was geweest, wat hij voorgoed kwijt was en hoe hij nooit mens was… want zag hij, Fepijn niet zelf dat peuters wel degelijk echte mensen waren en geen dieren?  En waarom  hadden ze hem nooit zo gezien, als mens,  toen hij peuter was?  En  als hij baby’s zag, zag hij alles helemaal  door elkaar. Er was ook nog iets  nog meer  ‘verschrikkelijk’ van de baby…. Fepijn begreep het niet.

Zijn verleden liet hem ook niet los, want  hij zag zijn eigen moeder om de paar jaar twee uur lang ergens  in een restaurant… samen met andere broers en zusjes die niet meer bij hem leefden. Hij ontdekte dat hij nog een broertje had. Hij zag zijn oudere broer en zus. Fepijn voelde zich intens verdrietig, maar niemand praatte over iets.  De pleegouders en de voogdij vonden zijn moeder en hem heel slecht. Je moest dus maar net alsof doen, dat je je moeder niet lief vond. De pleegmoeder gooide het cadeautje dat Fepijn van zijn moeder kreeg gelijk weg. Gipsy boy was razend. Hij haatte alle volwassenen, alles wat geen baby of peuter was haatte hij. De hele wereld haatte hij, met alles wat hij was.

Dit ging nog jaren door, Fepijn groeide op in veel geweld, hij werd flink gestraft voor alles, zelfs voor het meenemen van een vriendje… hij werd geslagen om de meest kleine dingetjes en de pleegouders  haatten hem extreem. zij dreigden steeds dat hij weg moest naar een plek die nog veel erger zou zijn dan het pleeggezin, waar hij de hel zou beleven, ze zeiden hem steeds  dat hij niet hoorde te leven eigenlijk. Hij lag lang op bed zonder eten en  moest op school snel wat water drinken omdat hij geen water meer kreeg. Hij moest op een keer op de stoeptegels  jonge  baby -vogels  met een schep  uit elkaar slaan tot ze met veel  bloed uit elkaar spatten en Fepijn merkte dat hij niet meer was opgewassen tegen dit alles en voelde dat hij verder  ‘uit elkaar’ ging. Hij brak simpelweg verder kapot. Op school haalde hij nog steeds wel goede cijfers, maar als hij  ongeveer elf jaar oud was zag hij  steeds vaker  zomaar overal bloed. Ja, hij zag het,  als hij was op school, als hij onderweg was, hij zag zelfs bloed op het schoolbord, op de schoolbanken, op het schoolplein, bij het eten, in de kerk, overal; in zijn kop was alleen nog maar bloed, dood, slachten, dode dieren en allerlei andere verschrikkingen die er waren geweest. Zijn hoofd zat alleen nog vol met de dood. Ditmaal ging Gipsy boy te ver.

12. De uitweg: of niet?

Fepijn  wist, dat wilde hij nog ooit verder kunnen, dat alles weg moest, maar dan ook  alles in zijn kop. Hij zag heus wel hoe andere kinderen totaal anders  leefden, zich vrij bewegen mochten en als echt mens door het leven gingen. Alles van wat er was in zijn hoofd  was veel te erg om mee te dragen. Veel te erg. Wat hij zag moest weg, hij wilde geen heksen, geen slachten, geen seks, geen rare dingen, geen bloed en dood…  . Soms kwam het zelfs meerdere malen per nacht terug, zelfs als de pleegouders hem al hadden geslagen in bed. Hij wilde niks van dit alles.

Gipsy boy had Fepijn  het liefste doodgemaakt, hij was gewend aan dood en haat Gipsy boy kende de   verschrikkingen en wilde dat Fepijn dit in zijn leven zou houden. Hij begon de verschrikkingen goed te vinden, want het was het deel van hemzelf, toen hij nog bij zijn moeder was, daar hoorde hij.  Maar het laten doodgaan van Fepijn was al twee maal mislukt.  En Fepijn was  steeds verder van Gipsy boy af komen te staan, want hij  wist nu, dat hij toch niet  echt een dier was geweest, althans niet altijd.    Alles van mens en dier zat nog steeds door elkaar. Dit moest  stoppen… Hij  hield het niet meer vol.

Hoe angstig hij ook was, ik hoor  hem op een avond in de duisternis zachtjes smeken: ‘Help me, alsjeblieft!Laat alles  alsjeblieft stoppen wat ik in mijn hoofd heb, ik kan niet meer ‘…. En  zowaar!  Het meest ongelofelijke gebeurde… het stopte. Het was, alsof alle demonen in zijn hoofd geschrokken waren van dat Fepijn zelf nog iets zou kunnen willen. Alsof zij de verstrengeling aan hem moesten loslaten en hem moesten laten gaan. Maar gebeurde dat wel werkelijk?

Want ja, het werd stil. Zo ongelofelijk stil…. Voor Fepijn  was dit de grootste overwinning in zijn leven, het was niet te geloven dat alles zomaar weg was! .Er ging wat tijd voorbij, en Fepijn  meende gewonnen te hebben , overwonnen te hebben.

13. De Stem

Maar eerst zie ik  de kleine baby Sterry terugkomen, alsof hij bang zou zijn om volledig vergeten te worden; Sterry zag hoe Gipsy boy zijn hele bekende wereld  van geweld terugtrok en weer hoorde ik Sterry vragen aan Gipsy boy:”Wie ben jij eigenlijk?” “Herinner je je mij niet meer Gipsy boy,  herinner je niet meer wat er is gebeurd ?” vroeg hij dan wanhopig huilend.  Ik zie Gipsy boy ook  en hoor hem wanhopig  huilen, omdat hij voelt dat zijn wereld ten einde is. Wat was er gebeurd vroeger?   Sterry staarde hem met zijn kleine, heldere baby oogjes aan, alsof hij besefte dat Gipsy boy een uiterst verloren wezen is, die nooit de echte wereld heeft ontmoet; terwijl hij, als Machtige Sterry, als baby, in de droom van de peuter een mooie plaats heeft gehad en door kon gaan op een plaats van  de Heiligste, het Licht…als Hoogste Engel…. Gipsy boy huilde en zuchtte diep en  begon te kermen alsof hij de pijn die hij altijd in zich meedroeg  steeds opnieuw voelde en  ik zag hem  wanhopig  omhoog kijken naar Sterry, zijn hoofd schuddend in ontkenning, omdat hij gedragen had het meest diepe kwaad wat er kon bestaan;  een kwaad  wat  Fepijn nooit, nooit  zou mogen herinneren, en wat hij juist had willen weghouden uit het leven van Fepijn…. Ik zie ze dan beiden hier vervagen….

Maar terwijl zij beiden vervagen, verschijnt daar ineens een Stem, die in Fepijn’s hoofd gaat praten. Het is een  Stem,  die elke dag opnieuw  Fepijn  verhalen verteld over wat is er tegen Fepijn is geweest  en deze Stem lijkt zich precies te herinneren wat er is geweest, waardoor Fepijn een schuld heeft gekregen  voor allerlei dingen die zijn gebeurd. Was alles van Gipsy boy heel direct geweest, zonder dat een herinnering van buitenaf  was ervaren,  deze Stem plaatst alles op een grotere afstand en verteld  in een derde persoon wat er met Fepijn is gedaan. Elke avond wil die Stem dat alles opnieuw is beleefd, alleen zijn de volwassenen en de dode dieren verdwenen, maar nu heeft  Fepijn de schuld op zich gekregen en zijn er dingen omgedraaid… Het was ‘menselijker’ en tegelijk veel erger, maar nooit mocht Fepijn worden zoals degenen die dit hadden gedaan.  Want wie is die Stem? Wat was Fepijn hiermee echt opgeschoten? Was die Stem een geheim pact, tussen Sterry en Gipsy boy tegen Fepijn, zodat  wat hen is overkomen niet vergeten zouden worden? Zodat alles goed bleef?  Was dit, omdat Fepijn de wereld waaruit Sterry en Gipsy boy waren voortgekomen zomaar weg wilde doen?

Ik kan hier zeggen, dit alles is mij verder onbekend. Wat verder met Fepijn  gebeurde, nadat hij elf jaar is, weet ik ook niet . Dit alles is ook voor mij niet belangrijk. Ik, die dit verhaal schrijf, ik ben namelijk niet Fepijn, ik ben ook niet Gipsy boy  of iemand die Erik  heet, die Fepijn wel kent.  Ik schrijf alleen maar dit  verhaal, omdat er iets is, dat zo verschrikkelijk is, om te weten. Zo verschrikkelijk verdrietig, omdat ik heb gekend   baby Sterry, die op een zo verschrikkelijke manier is doodgegaan, ergens in een van de nachten tussen 1963 en 1965. Hij mag nooit vergeten worden.

Nawoord

Mijn leven eindigde natuurlijk niet bij elf jaar, maar pas vanaf mijn zeventiende krijg ik weer ‘echte’  herinneringen. Mijn leven is daarna een chaos gebleven, waarin niets ooit echt goed werd; in de oplossingen als kind gemaakt ben je blijven door leven, aanvankelijk zonder erbij stil te staan dat dit gebeurde of welke (ernstige) gevolgen zou kunnen hebben, ook voor anderen. In feite duurt het bijzonder lang voor je door hebt wat er eigenlijk  met je is gebeurd, omdat alles wat er is bijna als vanzelfsprekend werd en nog wordt ervaren. Hulp was er nooit, nergens werd je  echt begrepen, waardoor de omstandigheden  uiteindelijk ook erger werden.  Erdoor leefde  je dagelijks met bijzonder veel (vaak bizar) geweld in je hoofd verder, waarvan je niet eens afvroeg waar dat vandaan zou komen.  De directe aanleiding  van het bovenkomen van veel van mijn  verschrikkelijke herinneringen uit mijn vroegste jeugd was de vreselijke moord op de tweejarige peuter James  in 1993 in Engeland, waardoor mijn hele wereld totaal instortte en ik niet meer verder kon. Een stroom van beelden  en sterker wordende herinneringen diende zich aan en van vele zaken vroeg je je af of je dat werkelijk had meegemaakt. “Wat was het, dat je leven altijd zo totaal ontwrichtte? ” en “Waarom heb ik dit allemaal?”  en “Is dit wel werkelijk zo geweest?”.”Waarom is geen dag goed?”…

Bewijs…

Afgezien van het zoeken naar hulp om verder te kunnen, was het belangrijk een zeker ‘objectief’ bewijs te vergaren, evenwel dan over gebeurtenissen die al meer dan 30 jaar geleden hadden plaatsgevonden. Het zoeken naar bewijs na dertig jaar is niet makkelijk.   Een zeker bewijs heb ik vanuit een aantal gesprekken met een familielid verkregen, die ik op latere leeftijd gedurende een aantal jaren  heb gekend. In een aantal gesprekken zijn verschillende  zaken bevestigd, aangevuld en zelfs ook meer verduidelijkt.  Zo is bevestigd dat vele soorten dieren  vaak zelfs vrijwel dagelijks door mijn vader  zijn geslacht, dieren werden ook mishandeld en er is mij verteld  over bizarre  gebeurtenissen op de dag van mijn geboorte. Dit geweld en deze zaken waren zowel tegen mijn moeder als tegen mij als pasgeborene,  “…omdat er geen kind was geboren” (de kleding van mijn moeder werd kapot gesneden, zij moest naakt zitten in bijzijn van anderen en  een dier is bovenop je  geslacht als je net bent geboren).  Een aantal andere belangrijke vragen  waar ik mee zat bleven echter onbeantwoord, wellicht uit zelfbescherming tegen erge herinneringen , want ineens was zelfs de omgeving van het huis niet meer te herinneren…  Natuurlijk willen anderen ook niet hun eigen onvermogen tonen, maar het blijft ook vreemd als anderen uit zichzelf aangeven, zonder dat erom is gevraagd dat ze :”…je nooit  aan anderen hebben meegegeven, terwijl iedereen je wilde hebben….”.(zo is dat verteld). Ook is  is me nog verteld  dat mijn vader mij wilde vermoorden als ik twee jaar oud was en dat mijn moeder  dat nog net heeft weten te voorkomen. Wat hieruit toch naar voren komt is, dat de totale setting waarin de gebeurtenissen plaatsvonden, te plaatsen  is vanuit een vader die zijn kind extreem haatte, wat ook  duidelijk  maakt waarom dingen zo extreem hebben plaatsgehad, waarbij niemand iets deed, of  ook iets wist-  voor zover ik weet hebben andere kinderen uit het gezin dit ook niet hoeven meemaken.  Verder is mij verteld  dat mijn vader enige  maanden voor mijn geboorte was uitgestoten uit een  groep Jehova’s getuigen en daardoor steeds meer vreemd was geworden op religieus gebied.

Ondertussen was in mijn herinnering ook een locatie opgedoken, namelijk een enorm gebouw waar ik met regelmaat moet zijn geweest, waar een aantal details heel bijzonder waren. In de eerste plaats herinnerde ik mij een brede trap omlaag, waar zich links naast de trap toiletten en een spiegel bevonden, iets wat niet gangbaar is, als je een trap afgaat. Ik wist dat ik in die ruimte was geweest.   Ook herinnerde ik mij een toegang tot een beneden verdieping van een kerk  en deze aanwijzingen bleken tezamen te kloppen bij een seminarie die in de buurt van mij toenmalige woonhuis was gelegen ( op ca 400 meter afstand).   Deze locatie is in 1996 door mij met een kennis enkele malen met behulp van  en met toestemming van de beheerder van het gebouw bezocht (vooraf was uitgelegd waar het voor was)  en voordat er onder het gebouw is gezocht heb ik de beheerder en die kennis  de ruimtes beschreven die we zouden gaan zien,  want ik herinnerde mij vrij precies  hoe het eruit zag. Deze herinneringen bleken juist.  Deze ruimten lagen  onder een groot gebouw dat voordien dus  dienst had gedaan als seminarie van de R. K.- kerk. Hier vond ik een plek terug  waar ik herkende een houten krat, waarvan ik vooral de schuinlopende lat zo goed heb onthouden, deze is in mijn kop gegrift en heb ik later regelmatig op schilderijen afgebeeld., hierin ben ik waarschijnlijk  gehouden.   Ook het paaltje dat ik me zo goed herinnerde  stond er nog in de grond, maar in mijn hoofd zat het door elkaar, ‘paaltje in het zand’… Op een muur stond ergens mijn naam geschreven, maar zoiets is geen bewijs, alhoewel toch wel toevallig, want dit was het enige opschrift dat hier is ontdekt.  Afgezien van enkele lege drankflessen en wat onduidelijke dieren- botten is niets gevonden; uiteindelijk is ook maar een heel klein deel van de ruimte onderzocht, het werken was zeer moeilijk in verband met het ontbreken van licht in uitzonderlijk geluiddempende  en  zeer duistere ruimten. Het echte bewijs dat ik wilde vinden vond ik niet, doordat ik eenvoudig niet de faciliteiten bezat  om uitvoerig te zoeken, maar het moet daar  nog zijn.  Achteraf denk ik  overigens niet dat wat in mijn jeugd is meegemaakt in groot  georganiseerd verband is geweest, maar hooguit door slechts enkele ( bekende, wisselende? ) mensen is gedaan, misschien zelfs in een periode van slechts  een jaar of zelfs minder. Wanneer er sprake is van zogenaamd herhaald sadistisch geweld tegen kinderen  hoeft dat niet per se vanuit  goed georganiseerd verband  met veel personen plaats te vinden. Ik begrijp dat misschien velen denken dat zoiets ergs helemaal niet kan voorkomen, dat ouders en/of anderen geen verschrikkelijke dingen zouden doen tegen kinderen. Misschien is zogenaamd ‘ritueel misbruik’ wel aanmerkelijk simpeler uit te voeren dan we denken.

Ik hoop  tenslotte dat dit verhaal zou kunnen bijdragen aan een beter begrip voor het in uiterste kwetsbaarheid moeten leven met zulke ingewikkelde dingen. Het beste zou natuurlijk zijn, wanneer dergelijke verschrikkingen voor kinderen in de toekomst voorkomen zouden kunnen worden, zodat een verhaal als dit nooit meer geschreven zou hoeven worden.

Email: fepijndoorn@gmx.com

BRON: fepijn.wordpress.com




                       *** Tonny Kamper ***


Laatst aangepast door Admin op ma 22 aug 2016, 23:38; in totaal 1 keer bewerkt
Terug naar boven Go down
http://www.nederlandheelt.nl/
TonnyKamper
avatar
Webmaster  Co-Administrator


Vrouw
Registratiedatum : 20-07-13
Reputatie : 702
Aantal berichten : 570
Punten : 6113

#2BerichtOnderwerp: Re: Het licht was nog duister - Getuigenis Fepijn Doorn over Dissociatie en sadistisch misbruik   do 31 maa 2016, 19:51

Wat een verschrikkelijke ervaringen heb jij moeten doormaken Fepijn !
Respect voor het toezenden van je verhaal en de toestemming om het te mogen plaatsen om anderen en hulpverleners de ogen te openen over wat een kwetsbaar kind kan meemaken  :'(


* Tonny Kamper *
Terug naar boven Go down
http://tube-it.actieforum.com/
Margriet biemans Sitton
avatar



#3BerichtOnderwerp: Het licht was nog duister getuigenis Fepijn Doorn over sadissociatie en sadistisch misbruik    za 02 apr 2016, 01:09

Dat een mensen kind zoveel verdagen kan dat is ! Vreselijk Dat er zulku mensen besttaan daar kun je geen woorden voor bedenken ! Om deze sadisticie behandeling uit te drukken wat dit en ook vele Kinderen is aangedaan
Terug naar boven Go down
Marcello van Koperen
avatar



#4BerichtOnderwerp: Re: Het licht was nog duister - Getuigenis Fepijn Doorn over Dissociatie en sadistisch misbruik   za 02 apr 2016, 13:33

Dag Fepijn,

Dank voor het openlijk delen van je verhaal op ons Forum. Ik maak hiervoor een hele diep buiging als blijk van respect. En ja, een ontzettend aangrijpen verhaal. Diep triest dat dergelijke, bijna ongelofelijke zaken, helaas gebeuren. Het is gewoon niet voor te stellen dat mensen tot dergelijke dingen instaat zijn. Diep schokkend...! 

Voor jou moeten dergelijke traumatische ervaringen vrijwel ondragelijk zijn geweest. Het verbaast me dan ook niets dat je hierdoor meerdere momenten hebt gekend dat je het leven even niet meer zag zitten. Ik vind het ontzettend knap van je hoe je hiermee omgaat. Hier blijkt maar uit hoe vreselijk sterk je bent.

Laat het delen van jouw verhaal een voorbeeld zijn voor vele lotgenoten. Ik hoop dan ook van harte dat je, met het delen van jouw verhaal, de drempel voor vele hebt verlaagt en dat ook zij met hun verhaal naar buiten komen. Ik neem mijn petje voor je af. Diep respect en heel erg bedankt voor het vertrouwen namens het voltallige team van Nederland Heelt.


Warme groet,


Marcello van Koperen
Ambassadeur Nederland Heelt
Terug naar boven Go down
PopeyeKamper
avatar
Team


Man
Registratiedatum : 23-07-13
Reputatie : 254
Aantal berichten : 111
Punten : 2595

#5BerichtOnderwerp: Re: Het licht was nog duister - Getuigenis Fepijn Doorn over Dissociatie en sadistisch misbruik   zo 03 apr 2016, 22:59

Respect voor het openbaren en delen van je ervaringen gabber, ik geloof je en wens je veel kracht toe !!!


Arrow Popeye Kamper Cool
Terug naar boven Go down
http://www.popeyesjokes.webs.com/
qwerty 97
avatar



#6BerichtOnderwerp: Re: Het licht was nog duister - Getuigenis Fepijn Doorn over Dissociatie en sadistisch misbruik   zo 03 apr 2016, 23:59

Onverstelbaar
Het leed zo schrijnend.
Zo moedig om dit open baar te geven.
Vele ogen hoop ik . Die open gaan.
Enorm mijn respect.
Terug naar boven Go down
Fepijn
avatar
VIP


Man
Registratiedatum : 10-04-16
Reputatie : 158
Aantal berichten : 55
Punten : 885

#7BerichtOnderwerp: Re: Het licht was nog duister - Getuigenis Fepijn Doorn over Dissociatie en sadistisch misbruik   za 16 apr 2016, 09:57

Ik dank jullie allemaal oprecht voor jullie ondersteunende reacties. 
Fepijn.
Terug naar boven Go down
 
Het licht was nog duister - Getuigenis Fepijn Doorn over Dissociatie en sadistisch misbruik
Vorige onderwerp Volgende onderwerp Terug naar boven 
Pagina 1 van 1

Permissies van dit forum:Je mag reacties plaatsen in dit subforum
Nederland Heelt :: OPENBARE FORA :: Blogs en Vlogs-
Reageren